Geschiedenis

 

 

 

Waarom onderzoek naar de Haak?

Bron: Projectbureau Haak om Leeuwarden (19-01-2006)

 

Huidige bereikbaarheidsproblemen
Al jaren zijn er problemen met de verkeersafwikkeling op Rijksweg 31 ter hoogte van Leeuwarden. Door de aansluiting met de Rijksweg 32 is er sprake van een grote verkeersdruk op de kruispunten Werpsterhoek en Goutum, op de Overijsselseweg, de Hendrik Algraweg en zelfs de Drachtsterweg. Op deze punten mengt het verkeer van en naar Leeuwarden zich met het doorgaande verkeer. De verkeersdruk die hierdoor op Rijksweg 31 ontstaat, leidt nu al tot filevorming in de spitsperioden. Hiervan hebben zowel het autoverkeer als het openbaar vervoer veel last.

 

Verstedelijkingsopgave
Leeuwarden heeft tot het jaar 2020 een aanzienlijke verstedelijkingsopgave. Dit houdt in dat Leeuwarden moet groeien o.a. wat betreft inwoners en woningen. Het Rijk, de provincie Fryslân en de gemeente Leeuwarden hebben hierover bestuurlijke afspraken gemaakt. Deze zijn vastgelegd in de intentieovereenkomst 'Wenjen yn Fryslân'. Een belangrijke rol hierin speelt de ontwikkeling van " De Zuidlanden ", het nieuwe stadsdeel van 550 ha. met 6.500 woningen aan de zuidkant van Leeuwarden. Het totaaloverzicht van de gewenste toekomstige uitbreidingen zijn gevisualiseerd in de bijlage.

Huidige Rijksweg 31 vormt een belemmering
Voor het realiseren van de verstedelijkingsopgave vormt de Rijksweg 31 een belemmering. De Rijksweg ligt zonder aanpassing dwars door De Zuidlanden en is door het vele verkeer, de hoge snelheden, de doorstromingseisen en de breedte van de weg zowel een fysieke, sociale als milieutechnische barrière. Voor een deel (Hendrik Algraweg) ligt de weg nu op gronden die bestemd zijn voor toekomstige woningbouw (Zuidlanden) en werkgelegenheid (Zwettepark en Newtonpark).

Toekomstige bereikbaarheidsproblemen
In de komende jaren zal het verkeer alleen maar toenemen als gevolg van ruimtelijke en autonome ontwikkelingen. Hierdoor worden de afwikkelingsproblemen nog groter. De vertraging ter hoogte van Leeuwarden op Rijksweg 31 zal tijdens de spitsperioden meer dan een half uur bedragen. Hierdoor nemen de reistijdverhoudingen op de routes over Rijksweg 31 toe met een factor van ongeveer 2,5. Dit betekent dat een rit over Rijksweg 31 in de spitsperiode meer dan 2,5 keer zo lang duurt dan dezelfde rit buiten de spits. Hiermee wordt de norm overschreden. Deze norm is opgenomen in de Nota Mobiliteit.

De slechte verkeersafwikkeling maakt Leeuwarden en het bedrijfsleven in deze regio minder bereikbaar. Om toch te kunnen doorrijden zal er sluipverkeer ontstaan dat het regionale en lokale wegennet zwaar zal belasten: 36.000 motorvoertuigen per dag in 2020 tegen 7.000 op dit moment. Dit betekent voor de omliggende dorpen een grotere verkeersonveiligheid, meer dan 10 verkeersslachtoffers per jaar en een aantasting van de leefomgeving.

 

Terug

 


 

Wat ging vooraf aan de Trajectnota/MER?

Bron: Projectbureau Haak om Leeuwarden

De aanleg van nieuwe infrastructuur is erg kostbaar en kan een grote invloed hebben op de directe woon- en leefomgeving. Daarom is er een uitgebreide procedure nodig voordat hiertoe besloten wordt. Deze procedure is voor Rijkswegen vastgelegd in de Tracéwet. Voordat hier daadwerkelijk mee gestart wordt, moet wel duidelijk zijn welke problemen kunnen ontstaan. Hieronder is aangegeven welk traject is doorlopen voorafgaand aan de start van de Trajectnota/MER-fase.

In 1997 is een studie gestart naar de verkeerssituatie rondom Leeuwarden. Rijkswaterstaat directie Noord- Nederland (RWS-NN) heeft dit onderzoek samen met de provincie Fryslân, het stadsgewest Leeuwarden en de Gemeente Leeuwarden uitgevoerd. In begin 1998 is het rapport verschenen (Rondom Leeuwarden, Goudappel Coffeng 1998).

Belangrijkste conclusies:

  • de problematiek is niet alleen op te lossen door alternatieven voor de auto (openbaar vervoer, fiets, transferia);
  • de aanleg van een nieuwe autosnelweg is wel probleemoplossend;
  • de verkeersafwikkeling op de Rijksweg 31 moet worden verbeterd om Leeuwarden en de regio Noord-Fryslân bereikbaar te houden.

 

 

Als vervolg op deze studie is in het kader van de Tracéwet de zogenaamde Verkenningenstudie uitgevoerd. Deze fase heeft antwoord gegeven op de volgende vragen:

1. blijft of ontstaat er een probleem als er niets aan de infrastructuur wordt gedaan?

2. zijn er reële oplossingen mogelijk voor de problemen?

3. is er zicht op financiering van de mogelijke oplossingen?

 

Resultaat van de verkenningenstudie is geweest dat op deze vragen bevestigend geantwoord kon worden. Daarom heeft de minister van Verkeer en Waterstaat in oktober 2001 besloten om de planstudie te starten voor de Rijksweg 31 Leeuwarden (Haak om Leeuwarden). Hierbij is afgesproken dat de regio als trekker van de studie zal fungeren. De brief van de minister is als bijlage bijgevoegd.

Het eerste formele document dat is verschenen in het kader van de planstudie is de Startnotitie . In de periode van 19 augustus tot en met 15 september 2002 heeft de Startnotitie Rijksweg 31 (zie bijlage) Leeuwarden ter inzage gelegen. In deze Startnotitie is het voorstel van de regio m.b.t. de Tracé/MER-studie verwoord. Ter voorbereiding op de Startnotitie is een uitgebreid communicatietraject doorlopen, aan de hand van informatieavonden.

Op basis van de inspraakreacties en adviezen van wettelijke adviseurs heeft de minister van Verkeer en Waterstaat in januari 2003 de zogenaamde Richtlijnen vastgesteld. Aan de hand hiervan is de Tracé/MER-studie uitgevoerd. Direct na het verschijnen van de Richtlijnen is gestart met de opstellen van de Trajectnota/MER.

 

Terug

 


 

Standpunt

 

Op basis van de Trajectnota/MER , de verschillende inspraakreacties en het advies van Rijkswaterstaat Noord-Nederland, de gemeenten Littenseradiel, Menaldumadeel en Leeuwarden en de provincie, heeft de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, mevrouw Carla Peijs, op 13 november 2006 een standpunt ingenomen over het verder uit te werken tracé.

 

Dit betekent dat er uit de verschillende varianten één tracé is gekozen dat het meest aan de verschillende belangen tegemoet komt. Dit is het zogenaamde Midden-oost alternatief. Op dit moment wordt dit tracé verder uitgewerkt. Zo wordt het ontwerp uitgedetailleerd, wordt er een nieuwe en verfijnder kostenraming gemaakt en wordt gekeken hoe dit tracé het best in het landschap kan worden ingepast.

Pagina opties Side mooglikheden

  • Mail

Zoekformulier

Snelkoppelingen Snelferwizings